Ammerstol: van tolrecht tot Moskou aan de Lek
De geschiedenis van Ammerstol gaat terug tot 1221, toen het dorp werd aangeduid als Theloneum de Ambers, een verwijzing naar de tol die er geheven werd op scheepvaartverkeer via de Lek. In 1322 kende graaf Willem III van Holland het dorp zelfs stadsrechten toe, maar Ammerstol bleef een dorp: het gebruik van die rechten vond men een te kostbare zaak. In 1401 verhuisde de tol naar het nabijgelegen Schoonhoven.
De echte identiteit van Ammerstol werd bepaald door de zalmvisserij. In tegenstelling tot de andere dorpen in de Krimpenerwaard draaide de plaatselijke economie eeuwenlang vrijwel volledig om de zalm uit de Lek. Rond 1880 stond aan de rivier de Zalmmart, een druk veilinggebouw voor de nationale en internationale zalmhandel. In 1901 had het dorp een opvallend groot postkantoor met zes klerken, puur vanwege de omvangrijke correspondentie rondom de zalmexport. De zwaarste zalm ooit in Ammerstol gevangen woog 57 pond.
In 1921 werd de laatste zalm uit de Lek gevist. Vervuiling en overbevissing hadden de populatie uitgeput. De vissers trokken als grondwerker de wereld in. 's Avonds kwamen ze bijeen in de keet, debatteerden en vergaderden. Dat vormde de bodem voor de uitgesproken linkse politieke signatuur van Ammerstol, de bijnamen 'het rode dorp' en 'Moskou aan de Lek' spreken voor zich.
Tot 31 december 1984 was Ammerstol een zelfstandige gemeente. Op 1 januari 1985 ging het samen met Bergambacht en Berkenwoude op in de nieuwe gemeente Bergambacht.